
Je hebt al een zwembad met chloortabletten, maar je hoort steeds vaker over zoutwater. Zachter voor je huid, minder gedoe met emmers chloor en toch helder water. De vraag is dan natuurlijk: kan je bestaande bad dat aan, of moet alles eruit?
Goed nieuws: in de meeste gevallen kan het. Je hoeft je bad niet af te breken en je liner blijft meestal gewoon liggen. Wel zijn er een paar onderdelen die je eerst moet nakijken, want zout water vraagt iets anders van je installatie dan chloortabletten.
In dit artikel lees je:
- Hoe een zoutwaterzwembad eigenlijk werkt
- Welke onderdelen van je installatie je moet controleren
- Hoe de ombouw stap voor stap verloopt
- Wat het kost en wanneer je er beter niet aan begint
Hoe een zoutwaterzwembad werkt
Eerst even een misverstand uit de wereld helpen. Een zoutwaterzwembad is geen zwembad zonder chloor. Het is een zwembad dat zijn chloor zelf maakt.
Je lost zout op in het water. Dat water loopt door een elektrolysecel in je technische ruimte. Die cel zet het zout met een kleine stroomstoot om in actief chloor, dat bacteriën en algen aanpakt. Daarna valt het chloor terug uiteen tot zout, waarna de cyclus opnieuw begint. Je zout wordt dus niet verbruikt, alleen aangevuld wat je verliest door spatten, terugspoelen en regen.
Het zoutgehalte ligt meestal tussen drie en vijf gram per liter. Zeewater zit rond vijfendertig gram per liter, dus je zwemt in water dat ongeveer tien keer minder zout is dan de Noordzee. Je proeft het nauwelijks en je ogen prikken minder, omdat de chloorwaarde constanter blijft dan wanneer je met tabletten werkt.
Belangrijk om meteen te weten: je gooit daar geen keukenzout of restje strooizout in. Je hebt speciaal Zwembadzout nodig met een hoge zuiverheid en zonder antiklontermiddelen of ijzer. Vervuilingen in goedkoop zout zetten zich af op je elektrodes en geven vlekken op je liner. Verderop lees je hoeveel kilo je ongeveer nodig hebt.
Kan elk zwembad om naar zoutwater?
In de praktijk kan je bijna elk privézwembad ombouwen. De ombouw zit hem vooral in de technische ruimte, niet in het bad zelf. Toch is het slim om je installatie eerst een eerlijke keuring te geven, want zout water is iets agressiever voor bepaalde materialen dan gewoon leidingwater.
De checklist voor je ombouw
Liner, folie of tegels
Een pvc-liner, een polyester bad of een betonnen bad met tegels heeft geen probleem met een zoutgehalte van enkele gram per liter. Wel is dit hét moment om je liner te controleren op scheurtjes en losse naden. Een lek herstellen terwijl het bad toch leeg of half leeg is, scheelt je later een hoop werk.
Inox en metalen onderdelen
Hier zit het grootste aandachtspunt. Ladders, massagejets, overlooproosters en schroeven van goedkoop inox kunnen na verloop van tijd roestvlekken geven. Inox van het type 316 is beter bestand tegen chloriden dan het gangbare 304. Twijfel je over je ladder, dan vervang je die beter meteen in plaats van over twee jaar met bruine strepen op je liner te zitten.
Verwarming, pomp en filter
Heb je een warmtepomp, kijk dan welk materiaal de warmtewisselaar heeft. Titanium is de standaard bij zoutwater. Een koperen wisselaar in een oudere installatie is gevoeliger en gaat minder lang mee. Je pomp en zandfilter kunnen doorgaans blijven, zolang het debiet klopt met de inhoud van je bad. De elektrolysecel werkt namelijk enkel als er water door stroomt, dus je filtertijd bepaalt mee hoeveel chloor je per dag aanmaakt.
Terras, randen en tuin
Zoutwater dat blijft opdrogen op poreuze steen kan witte uitslag geven. Bij natuursteen of onbehandeld beton rond het bad is een impregneermiddel geen overbodige luxe. Spat je regelmatig op de rand, spoel die dan af met gewoon water. Ook je planten in de directe spatzone zijn niet allemaal even blij met zout, dus hou daar rekening mee bij de aanplant.
Deze tabel vat samen wat je vooraf controleert.
| Onderdeel | Waar je op let | Wat je doet |
|---|---|---|
| Liner of afwerking | Liner, polyester en tegels zijn zelden een probleem | Controleer de staat en herstel lekken vooraf |
| Inox onderdelen | Ladder, jets en roosters van mindere kwaliteit roesten | Kies onderdelen in inox 316 of kunststof |
| Warmtepomp | Een koperen warmtewisselaar is gevoelig voor zout water | Vraag na of jouw wisselaar in titanium is |
| Pomp en filter | Debiet en filtertijd bepalen of de cel goed werkt | Stem het vermogen af op de inhoud van je bad |
| Terras en randen | Natuursteen en beton kunnen witte uitslag krijgen | Spoel spatzones af en behandel poreuze steen |
| Technische ruimte | De cel komt na filter en verwarming in de leiding | Voorzie ruimte en een vrij stopcontact |
Zo verloopt de ombouw stap voor stap
De ombouw zelf is voor een installateur meestal een klus van een halve tot een hele dag. Grofweg gebeurt dit.
Eerst wordt de elektrolysecel in de leiding geplaatst, na de filter en na een eventuele verwarming. De regelunit komt aan de muur en wordt gekoppeld aan de filterpomp, zodat de cel enkel draait als er water circuleert. Daarna wordt je waterbalans op orde gebracht. pH tussen 7,0 en 7,4, alkaliteit tussen 80 en 120 milligram per liter en voldoende stabilisator, want zonder die stabilisator breekt de zon je zelfgemaakte chloor razendsnel af.
Pas als het water in balans is, gaat het zout erin. Je strooit het niet zomaar in het bad, maar verdeelt het bij voorkeur over de bodem in het diepste deel of via de skimmer, met de pomp aan. Reken bij een bad van acht op vier meter met een gemiddelde diepte van anderhalve meter op ongeveer achtenveertig kubieke meter water. Bij vier gram per liter komt dat neer op zo’n honderdtweeënnegentig kilo zout. Dat is meteen de reden waarom mensen dit in zakken van vijfentwintig kilo op pallet bestellen.
Belangrijk detail bij die laatste stap: hou het bij het zuivere zwembadzout waar we het eerder over hadden. Goedkoop zout met toevoegingen kost je op termijn je elektrodes.
Na een dag circuleren is het zout volledig opgelost en kan je de cel opstarten. Vanaf dan meet je vooral je pH nog op, want elektrolyse duwt die vanzelf omhoog.
Wat kost het en wat levert het op
De investering zit in de elektrolysecel met regelunit en de plaatsing ervan. Daar komt de eerste vulling zout bij, wat bij een gemiddeld gezinsbad neerkomt op een paar honderd kilo. Vraag altijd een offerte op maat van je installatie, want het vermogen van de cel moet kloppen met de inhoud van je bad.
Daarna vallen je jaarlijkse kosten lager uit. Je koopt geen chloortabletten meer, alleen aanvulzout en pH-min. Wel verbruikt de cel stroom en gaan de elektrodes niet eeuwig mee. Reken op enkele jaren voor je de cel vervangt, afhankelijk van hoeveel uur ze draait en hoe goed je waterbalans zit. Een cel in een bad met een constant te hoge pH verkalkt sneller.
De grootste winst zit voor de meeste mensen trouwens niet in geld, maar in comfort. Je hoeft niet elke week met tabletten te sleuren en je waterkwaliteit schommelt minder.
Wanneer je beter niet ombouwt
Soms is de ombouw het niet waard. Is je liner op en je installatie op leeftijd, dan investeer je beter eerst in een grondige renovatie en neem je de zoutelektrolyse daarin mee. Ook bij een bad met veel goedkoop metaal in en rond het water loopt de rekening op als je alles moet vervangen.
En zwem je enkel in juli en augustus in een klein bad? Dan is de terugverdientijd lang. Onder ongeveer vijftien graden watertemperatuur werkt een elektrolysecel bovendien minder efficiënt, dus in de winter zet je het systeem toch stil.
Voor de technische eisen rond waterbehandeling in privézwembaden bestaat de norm NBN EN 16713-3. Een goede installateur werkt daar sowieso mee, maar het is handig om te weten dat er een kader bestaat waar je naar kan vragen.
Kort samengevat
Je bestaande zwembad ombouwen naar zoutwater is in de meeste gevallen perfect mogelijk en zelden een bouwkundig verhaal. Controleer je liner, je inox onderdelen en je warmtewisselaar, breng je water in balans en kies zuiver zwembadzout. Doe je dat, dan zwem je binnen een dag of twee in water dat zachter aanvoelt en dat je een stuk minder onderhoud kost
Pak je meteen de rest van je buitenruimte aan? Op woonhoek.be vind je inspiratie over interieur, buitenruimte en duurzaam wonen om je zwembadproject in de rest van je tuin door te trekken.