
Wie op pellets stookt, koopt zelden één zak. Meestal sla je in voor een groot deel van het seizoen, en dan wil je natuurlijk niet dat je een halve winter opgescheept zit met korrels die tegenvallen. In dit artikel lees je waar je op let bij het kiezen: welke keurmerken echt iets zeggen, waarom de houtsoort verschil maakt, hoe je de kwaliteit van een korrel zelf beoordeelt en hoeveel je ongeveer nodig hebt voor een seizoen.
Waarom die keuze meer uitmaakt dan je zou denken
Pellets lijken op het eerste gezicht allemaal op elkaar. Kleine, gladde korrels van geperst hout, en daarmee is het gezegd. Toch merk je het verschil zodra je kachel een paar weken draait. Goede korrels geven een constante vlam, laten weinig as achter en houden de aanvoer schoon. Mindere korrels brokkelen sneller, geven meer stof en zorgen ervoor dat je vaker met de borstel in de weer bent.
Op zich is dat geen ramp, maar over een heel stookseizoen scheelt het behoorlijk in comfort. En omdat een pallet nu eenmaal een tijd meegaat, loont het om vooraf even rustig te kijken in plaats van achteraf te twijfelen.
Verwarmen is trouwens maar één onderdeel van een aangenaam huis. Wie daar breder mee bezig is, vindt genoeg ideeën over comfortabel en duurzaam wonen om verder mee te gaan.
Begin bij het keurmerk
De snelste manier om onderscheid te maken is het keurmerk op de zak. ENplus A1 en DINplus zijn de twee die je hier het vaakst tegenkomt. Ze stellen eisen aan de hele keten, van de grondstof tot de verpakking.
Wat je ervan mag verwachten, is een vaste diameter van zes millimeter, een laag vochtgehalte, weinig asrest en een hoge warmteopbrengst. Ontbreekt het keurmerk, dan weet je eigenlijk niet wat je in huis haalt. Dat hoeft niet meteen te betekenen dat de kwaliteit slecht is, maar je hebt geen enkele zekerheid. Bij een grote bestelling is dat zonde.
De houtsoort bepaalt de warmte
De meeste korrels die je in de winkel vindt, zijn naaldhout pellets, geperst uit den, spar of lariks. Dat hout bevat van nature meer hars, waardoor de warmteopbrengst per kilo hoger ligt dan bij loofhout. Je merkt dat aan een levendige vlam en aan de beperkte hoeveelheid as die achterblijft.
Pellets uit loofhout bestaan ook en branden op zich prima, maar in de praktijk kiezen de meeste mensen met een pelletkachel voor naaldhout. Wil je minder vaak schoonmaken en toch veel warmte, dan is dat een logische keuze.
Kijk naar de korrel zelf
Heb je eenmaal een zak in handen, dan kun je zelf al veel zien. Een goede korrel voelt stevig aan, heeft een glad en licht glanzend oppervlak en breekt niet zomaar tussen je vingers.
Let ook op wat er onderin de zak ligt. Zit daar veel gruis en stof, dan is dat geen best teken. Kruimels verstoren de aanvoer naar de brander en geven onnodig veel as.
De kleur zegt iets over de samenstelling. Lichte korrels bevatten meestal weinig schors en branden wat schoner. Donkere korrels kunnen iets meer schors bevatten, wat doorgaans wat meer as oplevert. Dat maakt ze niet slecht, maar het is prettig om te weten waar het verschil vandaan komt.
De eenvoudige test met een glas water
Er is een simpele manier om de dichtheid te beoordelen. Gooi een paar korrels in een glas water. Goede pellets zinken naar de bodem en blijven een tijdje heel. Korrels die blijven drijven of meteen uit elkaar vallen, zijn minder goed samengeperst en geven ook minder warmte.
Het is geen laboratoriumtest, maar wel een bruikbare eerste indruk. Twijfel je tussen twee merken, dan kun je met één losse zak van elk al een redelijk oordeel vormen voordat je een hele pallet bestelt.
Waar je op let, in het kort
| Waar je op let | Wat het je vertelt |
|---|---|
| Keurmerk | ENplus A1 of DINplus geeft zekerheid over maat, vocht, asrest en warmteopbrengst |
| Houtsoort | Naaldhout bevat van nature meer hars en geeft daardoor veel warmte per kilo |
| Diameter | Zes millimeter is de gangbare maat voor een gewone pelletkachel |
| Kleur | Lichtere korrels bevatten meestal minder schors en branden wat schoner |
| Stof en kruimels | Veel gruis onderin de zak wijst op broze korrels en kan de toevoer verstoren |
| Stevigheid | Een korrel die niet meteen breekt, is goed samengeperst |
Hoeveel heb je nodig voor een seizoen?
Een pelletkachel gebruikt gemiddeld één tot twee kilo per uur. Stook je acht uur op een dag, dan zit je dus tussen de acht en zestien kilo. Een zak van vijftien kilo gaat daarmee ongeveer zeven tot vijftien uur mee, afhankelijk van hoe hoog je de kachel zet.
Over een heel jaar komen veel huishoudens uit op ongeveer tweeduizend tot vierduizend kilo. Dat hangt af van het weer en van hoe vaak de kachel aan gaat. Reken dus eerst rustig uit wat jouw gebruik ongeveer is. Zo voorkom je dat je halverwege februari alsnog moet bijbestellen, precies wanneer iedereen dat doet.
Bewaren zonder kwaliteitsverlies
Pellets zijn gevoelig voor vocht. Nemen ze water op, dan zwellen ze en vallen ze uit elkaar, en dan kun je er niets meer mee. Bewaar ze daarom binnen of onder een afdak, op een droge en koele plaats waar de lucht kan circuleren.
In goede omstandigheden blijven pellets jarenlang bruikbaar. Wel is het verstandig om altijd eerst je oudste zakken op te stoken. Zet een nieuwe levering dus achteraan en werk netjes van voor naar achter.
Tot slot
Goede pellets kiezen is uiteindelijk geen kwestie van geluk. Kijk naar het keurmerk, let op de houtsoort en beoordeel de korrel zelf. Doe eventueel de watertest met één zak voordat je groot inslaat, en zorg voor een droge plek waar je voorraad rustig kan wachten tot het koud wordt.
Wie die paar stappen doorloopt, haalt meer warmte uit elke zak en heeft minder werk aan de kachel. Dat is een halfuur voorbereiding meer dan waard.